Baklava maken: zelf een heerlijke klassieker uit het Midden-Oosten bakken
Baklava maken is een geweldige manier om je eigen zoete lekkernij op tafel te zetten, vol met knapperig deeg en een rijke notenvulling. Dit bijzondere gebak kent zijn oorsprong in landen als Turkije, Griekenland en landen rondom de Balkan en het Midden-Oosten. Veel mensen denken dat het lastig is om zelf te maken, maar met wat geduld en aandacht lukt het je zeker. In deze blog lees je hoe je zelf deze zoetigheid maakt en waar je op moet letten voor de lekkerste resultaten.
De oorsprong en betekenis van baklava
In veel families is baklava meer dan alleen een gebakje. Het hoort bij feesten, familiebijeenkomsten en bijzondere dagen. Het bestaat uit meerdere laagjes heel dun deeg, ook wel filodeeg genoemd. Daartussen ligt een vulling van gehakte noten, zoals walnoten, pistachenoten of amandelen. Het gebak wordt na het bakken overgoten met een warme siroop van suiker en honing. Door deze siroop wordt baklava kleverig zoet en krijgt het zijn heerlijke glans. Dit dessert vindt zijn oorsprong in de keukens van het Ottomaanse rijk, maar staat nu over de hele wereld op tafel. Iedereen geeft zijn eigen draai aan het recept en voegt favoriete noten toe.
De belangrijkste ingrediënten op een rij
Voor het maken van baklava heb je maar een paar basisproducten nodig. Het belangrijkste is filodeeg. Dit kun je gewoon kopen in de supermarkt of Turkse winkel. Let erop dat filodeeg heel dun, bijna doorschijnend moet zijn. Daarnaast zijn noten onmisbaar, het liefst een mengsel van verschillende soorten, bijvoorbeeld pistachenoten, walnoten en amandelen. Verder heb je boter nodig om het deeg te bestrijken en alles aan elkaar te laten plakken. Voor de siroop gebruik je meestal suiker, wat water, eventueel citroensap, en honing. Sommige mensen doen er een snuf kaneel of kruidnagel bij voor extra smaak, maar dat is niet verplicht. Als laatste kun je baklava afmaken met wat extra gehakte pistachenoten als versiering.
- Filodeeg – heel dun, bijna doorschijnend
- Noten – bij voorkeur een mengsel (walnoten, pistachenoten, amandelen)
- Boter – ongezouten, om het deeg te bestrijken
- Siroop – suiker, water, eventueel citroensap en honing
- Kaneel of kruidnagel (optioneel, voor extra smaak)
- Pistachenoten (extra, voor versiering)
Stapsgewijs zelf baklava maken
- Hak de noten in kleine stukjes, maar maak ze niet té fijn, want het is lekker als je er nog op kunt kauwen.
- Smelt de boter in een pannetje en houd het vloeibaar.
- Smeer een ovenschaal in met een beetje gesmolten boter.
- Leg een eerste vel filodeeg in de schaal en bestrijk deze met boter.
- Herhaal deze stap tot je een paar vellen op elkaar hebt.
- Verdeel dan een dun laagje noten over het deeg.
- Vervolgens leg je weer een aantal vellen filodeeg, telkens met boter ertussen, tot de schaal vol is.
- Houd een deel noten over om tussenin te verspreiden.
- Als je klaar bent, snij je het ongebakken gebak vast in vierkante of diamantvormige stukken.
- Bak het geheel in de oven op ongeveer 180 graden tot het goudbruin en knapperig is, meestal duurt dit ongeveer 30 tot 40 minuten.
De siroop maakt het af
De echte smaak van dit gebak komt door de zoete siroop die je erna over het warme baksel giet. Terwijl de baklava nog in de oven zit, maak je in een pannetje de siroop van suiker, water en eventueel wat citroensap of honing. Breng alles aan de kook en laat het inkoken tot het iets stroperig is. Zodra de baklava uit de oven komt, giet je de hete siroop erover. Hierdoor trekken de smaken goed in alle laagjes. Laat het gebak minimaal een paar uur afkoelen, zodat alles goed kan opstijven en de siroop verdeeld is. Hoewel het verleidelijk is om het snel te proeven, smaakt zelfgemaakte baklava het lekkerst als je even wacht en het rustig laat afkoelen. Serveer het gebak daarna in kleine stukjes, want het is erg machtig.
Handige tips voor het beste resultaat
- Filodeeg is dun en droogt snel uit, dus bedek het met een vochtige theedoek tijdens het werken. Zo voorkom je dat het breekt of scheurt.
- Zorg dat je alle boter goed uitsmeert, zodat de laagjes mooi krokant worden.
- Snijd het gebak altijd voordat je het afbakt.
- Na het gieten van de siroop is het slim om de schaal soms even te draaien, zodat alle stukken even veel vocht krijgen.
- Experimenteer gerust met extra smaken zoals een snuf kaneel, vanille of sinaasappelrasp in de notenvulling voor je eigen draai aan het klassieke baklava recept.
Veelgestelde vragen over baklava maken
- Hoelang blijft baklava goed na het maken?
- Zodra het in een goed afgesloten bak op kamertemperatuur bewaard wordt, blijft het ongeveer een week goed. Zet het niet in de koelkast, want dan wordt het deeg zacht en minder lekker.
- Kan ik baklava invriezen en later eten?
- Het is mogelijk om baklava in te vriezen. Bewaar het dan in een luchtdichte bakje. Laat de stukken ontdooien op kamertemperatuur voordat je ze opeet. Het blijft zo ongeveer drie maanden goed.
- Wat doe ik als het filodeeg scheurt?
- Wanneer filodeeg scheurt, kun je gewoon doorgaan en meerdere vellen overlappend gebruiken. Door de lagen en de boter merk je daar na het bakken niets meer van.
- Welke noten zijn het lekkerst voor baklava?
- Pistachenoten geven de karakteristieke groene kleur en smaak, maar een mix met walnoten en amandelen maakt het extra lekker en vol van smaak.
- Moet baklava warm of koud gegeten worden?
- Baklava smaakt het beste als het helemaal afgekoeld is. De smaken zijn dan goed ingetrokken en het gebak is goed stevig.
Direct kokend en koud water uit één kraan: zo werkt de Quooker
Kraanwater drinken in Frankrijk: veilig of toch beter flessenwater?
Vis uit de oven: makkelijk, smaakvol en gezond op tafel